ECLI:NL:RBNHO:2020:8503
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling WOZ-waarde woning en beoordeling hoorplicht in bezwaarprocedure
Eiseres, eigenaar van een vrijstaande woning, betwistte de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van €393.000 voor het belastingjaar 2018 en stelde dat de waarde te hoog was vastgesteld. Tevens stelde zij dat verweerder de hoorplicht had geschonden door haar niet voldoende te horen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder de gemachtigde van eiseres meerdere malen heeft uitgenodigd voor een hoorgesprek, waarbij concrete data werden voorgesteld en een telefonische hoorzitting werd aangeboden. De gemachtigde reageerde niet adequaat en verscheen niet op de afgesproken momenten, waardoor geen schending van de hoorplicht is vastgesteld.
Ten aanzien van de WOZ-waarde concludeerde de rechtbank dat verweerder niet aannemelijk had gemaakt dat de waarde van €393.000 niet te hoog was, mede omdat één van de gebruikte vergelijkingsobjecten niet bruikbaar was en de verschillen tussen woning en vergelijkingsobject onvoldoende waren onderbouwd. Eiseres maakte haar eigen waarde van €348.000 niet aannemelijk. Daarom stelde de rechtbank de waarde in goede justitie vast op €363.000.
De aanslag onroerende-zaakbelastingen werd dienovereenkomstig verminderd en verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht.
Uitkomst: De WOZ-waarde wordt vastgesteld op €363.000 en de hoorplicht is niet geschonden.