ECLI:NL:RBNHO:2020:8504
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling WOZ-waarde woning en beoordeling hoorplicht in bezwaarprocedure
Eiser, eigenaar van een vrijstaande woning, betwistte de WOZ-waarde van €403.000 vastgesteld voor het belastingjaar 2018 en stelde dat de waarde te hoog is vastgesteld en dat de hoorplicht door verweerder is geschonden.
De rechtbank beoordeelde eerst de hoorplicht en concludeerde dat verweerder de gemachtigde van eiser voldoende gelegenheid heeft gegeven om gehoord te worden, ondanks dat de gemachtigde niet op de voorgestelde data verscheen en niet tijdig alternatieven afstemde. De rechtbank vond dat verweerder voldoende pogingen heeft ondernomen om aan het verzoek tot horen te voldoen.
Vervolgens werd de vastgestelde WOZ-waarde inhoudelijk getoetst. Verweerder kon niet aannemelijk maken dat de waarde niet te hoog was, mede omdat vergelijkingsobjecten niet adequaat rekening hielden met verschillen in woningtype en locatie. Eiser kon zijn lagere waarde van €362.000 niet aannemelijk maken. Daarom stelde de rechtbank de waarde in goede justitie vast op €373.000.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar, wijzigde de beschikking tot de lagere waarde, en verminderd de aanslag ozb dienovereenkomstig. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten en het betaalde griffierecht aan eiser vergoed.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt vastgesteld op €373.000 en de aanslag ozb dienovereenkomstig verminderd.