ECLI:NL:RBNHO:2020:8505
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling WOZ-waarde woning en beoordeling schending hoorplicht
Eiser is eigenaar van een vrijstaande woning met aanbouw, dakopbouw en garage, waarvan de WOZ-waarde voor 2018 door verweerder is vastgesteld op €398.000. Eiser betwist deze waarde en stelt dat de hoorplicht is geschonden omdat hij onvoldoende gelegenheid heeft gekregen om gehoord te worden. Hij vordert verlaging van de WOZ-waarde tot €355.000.
De rechtbank beoordeelt eerst of de hoorplicht is geschonden. Verweerder heeft meerdere malen de gemachtigde van eiser uitgenodigd voor een hoorgesprek, maar de gemachtigde heeft niet tijdig gereageerd en afspraken niet nagekomen. De rechtbank oordeelt dat verweerder voldoende pogingen heeft gedaan om aan de hoorplicht te voldoen.
Vervolgens wordt de WOZ-waarde inhoudelijk beoordeeld. Verweerder heeft de waarde onderbouwd met een waardematrix en vergelijkingsobjecten, maar de rechtbank vindt dat niet voldoende aannemelijk is gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld. Eiser heeft zijn lagere waarde onvoldoende onderbouwd. Daarom stelt de rechtbank de waarde in goede justitie vast op €368.000.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt de uitspraak op bezwaar, wijzigt de beschikking en vermindert de aanslag ozb. Tevens worden proceskosten aan eiser toegekend.
Uitkomst: De WOZ-waarde wordt vastgesteld op €368.000 en het beroep wordt gegrond verklaard wegens onvoldoende onderbouwing van de oorspronkelijke waarde en geen schending van de hoorplicht.