ECLI:NL:RBNHO:2020:8506
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling WOZ-waarde woning na beroep tegen te hoge waardering
Eiseres, eigenaar van een vrijstaande woning met aanbouw, dakopbouw en garage, betwistte de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van €430.000 voor het jaar 2019. Zij voerde aan dat de waarde te hoog was vastgesteld vanwege een onjuiste inhoudsbepaling en onvoldoende rekening met verschillen met vergelijkingsobjecten.
Verweerder handhaafde de waarde en verwees naar waardematrices en verkoopgegevens van vergelijkbare woningen. De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de waarde niet te hoog was, mede omdat sommige vergelijkingsobjecten te ver van de waardepeildatum waren verkocht en onvoldoende rekening was gehouden met verschillen.
Eiseres slaagde er ook niet in haar lagere waarde van €371.000 aannemelijk te maken, omdat de vergelijkingsobjecten substantieel verschilden en zij onvoldoende inzicht gaf in de waardebepaling.
De rechtbank stelde daarom de WOZ-waarde in goede justitie vast op €400.000, verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar en veroordeelde verweerder in de proceskosten van eiseres.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt vastgesteld op €400.000 en het beroep wordt gegrond verklaard.