Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van verdachte
6.Motivering van de sanctie
7.Vorderingen benadeelde partij
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
een jeugddetentie voor de duur van 9 (negen) maanden.
6 (zes) maanden niet ten uitvoerzal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van 3 (drie) jaren.
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.
bijzondere voorwaardendat verdachte:
- meldplicht:zich binnen vijf dagen na het ingaan van de proeftijd meldt bij [reclassering], op het adres [adres 2], en zich blijft melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt en op een door de reclassering te bepalen wijze.
- ambulante behandelverplichting:zich gedurende de gehele proeftijd, of zoveel korter als de reclassering nodig vindt, laat behandelen door [behandelinstelling] of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. Daarbij houdt verdachte zich aan de huisregels van de zorgverlener en de aanwijzingen die de zorgverlener ten behoeve van de behandeling geeft.
- contactverbod:op geen enkele wijze – direct of indirect – contact heeft of zoekt met [aangever 1], geboren op [geboortedatum 2], zolang het Openbaar Ministerie dit verbod nodig vindt. De politie ziet toe op handhaving van dit contactverbod.
een taakstraf van 150 (honderdvijftig) uren, in de vorm van een werkstraf, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door 75 (vijfenzeventig) dagen jeugddetentie.
[aangever 1]geleden schade tot een bedrag van
€ 4.175,37 (eenenveertighonderd vijfenzeventig euro en zevenendertig cent),bestaande uit zowel materiële- als immateriële schadevergoeding, en veroordeelt verdachte tot betaling van dat bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 8 maart 2020 tot aan de dag der algehele voldoening, aan de benadeelde partij, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
51 (éénenvijftig) dagen jeugddetentie. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
[aangever 2]geleden schade tot een bedrag van
€ 200,- (tweehonderd euro), bestaande uit immateriële schadevergoeding, en veroordeelt verdachte tot betaling van dat bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 15 januari 2020 tot aan de dag der algehele voldoening, aan de benadeelde partij, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
4 (vier) dagen jeugddetentie. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.