ECLI:NL:RBNHO:2020:8755

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
30 oktober 2020
Publicatiedatum
29 oktober 2020
Zaaknummer
AWB - 19 _ 1053
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:29 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging navorderingsaanslagen inkomstenbelasting jaren 2012-2014 en proceskostenveroordeling

Eiseres had tegen navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over de jaren 2012, 2013 en 2014 beroep ingesteld. De Belastingdienst had deze aanslagen en de daarbij behorende belastingrente opgelegd en in bezwaar gehandhaafd. Voor de jaren 2012 en 2013 vernietigde verweerder de aanslagen en rente vóór de zitting. Tijdens de zitting stelde verweerder zich ook op het standpunt dat de aanslag en rente over 2014 vernietigd moeten worden.

De rechtbank oordeelde dat alle beroepen gegrond zijn en dat er geen inhoudelijke geschilpunten meer resteren. De rechtbank wees een proceskostenvergoeding toe aan eiseres, maar wees een hogere wegingsfactor af omdat het gewicht van de zaken niet als zwaar kan worden aangemerkt. De proceskosten werden vastgesteld op € 1.572 en het betaalde griffierecht van € 47 werd eveneens aan eiseres vergoed.

De uitspraak is gedaan door rechter C. Maas op 30 oktober 2020 te Haarlem. Vanwege coronamaatregelen vond de uitspraak niet in een openbare zitting plaats. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam.

Uitkomst: De rechtbank vernietigt de navorderingsaanslagen en belastingrente over 2012-2014 en veroordeelt de Belastingdienst tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.

Uitspraak

Rechtbank noord-holland

Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummers: HAA 19/1053 tot en met HAA 19/1055

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 oktober 2020 in de zaken tussen

[X] , wonende te [Z] , eiseres

(gemachtigde: J.A. Klaver),
en
de inspecteur van de Belastingdienst/Particulieren, kantoor Amsterdam, verweerder.

Procesverloop

HAA 19/1053
Verweerder heeft aan eiseres voor het jaar 2012 een navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen opgelegd, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 15.248. Hij heeft daarbij ten aanzien van eiseres een beschikking inzake belastingrente gegeven ten bedrage van € 49.
Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar de navorderingsaanslag en de beschikking inzake belastingrente gehandhaafd.
HAA 19/1054
Verweerder heeft aan eiseres voor het jaar 2013 een navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen opgelegd, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 14.465. Hij heeft daarbij ten aanzien van eiseres een beschikking inzake belastingrente gegeven ten bedrage van € 45.
Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar de navorderingsaanslag en de beschikking inzake belastingrente gehandhaafd.
HAA 19/1055
Verweerder heeft aan eiseres voor het jaar 2014 een navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen opgelegd, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 14.568. Hij heeft daarbij ten aanzien van eiseres een beschikking inzake belastingrente gegeven ten bedrage van € 35.
Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar de navorderingsaanslag en de beschikking inzake belastingrente gehandhaafd.
Beroep
Eiseres heeft tegen de uitspraken op bezwaar beroepen ingesteld.
Verweerder heeft verweerschriften ingediend.
Voor bijlage 14 bij de verweerschriften heeft verweerder een beroep gedaan op beperkte kennisname op grond van artikel 8:29 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Bij uitspraak van 28 april 2020 heeft de geheimhoudingskamer geoordeeld dat dit beroep gerechtvaardigd is.
Verweerder heeft vóór de zitting de navorderingsaanslagen over de jaren 2012 en 2013 en de daarbij gegeven beschikkingen inzake belastingrente vernietigd.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 augustus 2020 te Haarlem.
Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. [A] en mr. [B] .

Overwegingen

GeschilTer zitting heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat ook de navorderingsaanslag over het jaar 2014 en de daarbij gegeven beschikking inzake belastingrente dienen te worden vernietigd. Dit brengt mee dat alle beroepen gegrond zijn en dat geen inhoudelijke geschilpunten resteren.
Proceskosten
Naar het oordeel van de rechtbank bestaat in deze zaken aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Eiseres heeft betoogd dat bij de berekening van de proceskostenvergoeding de wegingsfactor 1,5 dient te worden gehanteerd. De rechtbank ziet daartoe evenwel geen aanleiding, omdat niet kan worden gezegd dat het gewicht van de onderhavige zaken kan worden aangemerkt als ‘zwaar’ in de zin van het Besluit proceskosten bestuursrecht. Het belang en de complexiteit van de onderhavige zaken bieden namelijk onvoldoende grond voor de gevolgtrekking dat het gewicht daarvan uitstijgt boven het gemiddelde. De rechtbank stelt de proceskosten op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand daarom vast op € 1.572 (1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift, 1 punt voor het verschijnen ter hoorzitting met een waarde per punt van € 261, 1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 525 en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar, de navorderingsaanslag over het jaar 2014 en de daarbij gegeven beschikking inzake belastingrente;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraken op bezwaar;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.574; en
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 47 aan eiseres te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C. Maas, rechter, in aanwezigheid van mr. M.C. Anema, griffier. Deze uitspraak is gedaan op 30 oktober 2020. Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na verzending hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam (belastingkamer), Postbus 1312,
1000 BH Amsterdam.
Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:
1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.
2. het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. een dagtekening;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;
d. de gronden van het hoger beroep.