Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, te Den Haag, eiser
Gedeputeerde Staten van Noord-Holland, verweerder
Tata Steel IJmuiden B.V., te IJmuiden
Rechtbank Noord-Holland
De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat heeft bij de rechtbank Noord-Holland beroep ingesteld tegen het besluit van Gedeputeerde Staten van Noord-Holland om een verzoek tot actualisatie van de omgevingsvergunning van Tata Steel IJmuiden B.V. te weigeren. Het verzoek betrof het opnemen van een onderzoeksverplichting in de vergunning op grond van BBT-conclusie 36 uit het BREF IJzer- en Staalindustrie.
Tijdens de zitting op 15 oktober 2020 bleek dat het gevraagde onderzoek inmiddels door Tata Steel was uitgevoerd en een onderzoeksrapport was overgelegd. De eiser stemde hiermee in, waardoor het procesbelang van het beroep was komen te vervallen.
De rechtbank oordeelde daarom dat het beroep niet-ontvankelijk is, omdat er geen belang meer bestaat bij een inhoudelijke beoordeling. Tevens wees de rechtbank een vergoeding van proceskosten en griffierecht af, aangezien hier geen aanleiding toe bestond.
De uitspraak werd mondeling gedaan door de meervoudige kamer en partijen werden schriftelijk geïnformeerd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van de Staatssecretaris wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het gevraagde onderzoek inmiddels is uitgevoerd.