Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de voorzieningenrechter van 29 oktober 2020 in de zaak tussen
[verzoeker] , te [woonplaats] , verzoeker,
(gemachtigde: mr. R.G. van der Eijk).
Rechtbank Noord-Holland
Verzoeker is door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Purmerend gelast om zijn schutting te verlagen tot maximaal 2 meter. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter schorst het primaire besluit tot twee weken na de bekendmaking van de beslissing op bezwaar.
De schutting overschrijdt de toegestane hoogte en de gemeente stelt dat dit leidt tot onveiligheid en duisternis in de steeg achter het perceel. Verzoeker stelt dat de schutting noodzakelijk is vanwege overlast van een derde partij en dat hij onredelijke kosten moet maken als hij de schutting nu moet verlagen terwijl nog geen beslissing op bezwaar is genomen.
De voorzieningenrechter weegt de belangen af en oordeelt dat het belang van verzoeker bij schorsing zwaarder weegt, mede omdat de beslissing op bezwaar spoedig wordt verwacht. Daarnaast moet de gemeente het bezwaar zorgvuldig heroverwegen, inclusief onderzoek naar vergelijkbare schuttingen in de buurt en de wijze van hoorzitting.
Verzoeker krijgt vergoeding van griffierecht en proceskosten toegekend. Tegen de uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: De voorzieningenrechter schorst het besluit tot verlaging van de schutting tot twee weken na de beslissing op bezwaar.