ECLI:NL:RBNHO:2020:9179
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geringe afwijking van de verleende omgevingsvergunning voor windturbine in Andijk
De zaak betreft een beroep van eiser tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Medemblik om niet handhavend op te treden tegen de bouw van een windturbine die volgens eiser hoger is dan vergund. De omgevingsvergunning was verleend voor een windturbine met een tiphoogte van 84 meter, een ashoogte van 55 meter en een rotordiameter van 58 meter. Eiser stelde dat de gerealiseerde windturbine een tiphoogte van 86,5 meter heeft, terwijl metingen door een deskundige een tiphoogte van 85,22 meter aangaven.
De rechtbank stelde vast dat het verzoek om handhaving zich uitsluitend richtte op de afwijking in de bouwhoogte en dat andere aangevoerde bezwaren buiten de reikwijdte van het geding vielen. De rechtbank oordeelde dat de afwijking van 1,22 meter ten opzichte van de vergunde tiphoogte gering is en dat verweerder voldoende heeft gemotiveerd dat de metingen betrouwbaar zijn. Gezien de geringe afwijking en het ontbreken van concrete aanwijzingen voor onjuistheid van de metingen, kon verweerder in redelijkheid besluiten niet handhavend op te treden.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter J.J. Maarleveld op 25 augustus 2020.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om niet handhavend op te treden tegen de geringe afwijking van de windturbine is ongegrond verklaard.