ECLI:NL:RBNHO:2020:9289
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering AOW-partnertoeslag wegens wijziging partnerinkomen
Eiser ontving sinds 2010 een AOW-pensioen voor een alleenstaande en kreeg vanaf 2013 toeslag voor een partner. Vanaf december 2015 ontving de partner een WIA-uitkering en een nabestaandenpensioen, wat niet aan de Sociale Verzekeringsbank was gemeld. Verweerder beëindigde daarom de toeslag en vorderde teveel betaalde bedragen terug.
Eiser stelde dat hij ten onrechte moest terugbetalen omdat de inkomensgegevens via de Belastingdienst bekend waren en dat hij niet hoefde te melden dat de bron van het inkomen veranderde. De rechtbank oordeelde dat de uitkeringen van de partner terecht als inkomen werden aangemerkt en dat eiser de wijziging had moeten doorgeven.
De rechtbank vond geen dringende redenen om af te zien van terugvordering en verklaarde het beroep ongegrond. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Het vonnis werd gewezen door rechter Everaerts en griffier Boland.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de terugvordering van teveel betaalde AOW-partnertoeslag wordt ongegrond verklaard.