Appellant ontving vanaf 2010 een ongehuwden AOW-pensioen en toeslag voor zijn partner. Na wijziging van het inkomen van de partner van loon naar arbeidsongeschiktheidsuitkering herzag de Sociale Verzekeringsbank (Svb) de toeslag met terugwerkende kracht en vorderde zij €4.352,70 terug.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellant ongegrond, maar in hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat appellant redelijkerwijs had moeten melden dat het inkomen van zijn partner was gewijzigd. Tegelijkertijd heeft de Svb nagelaten het inkomen tijdig te controleren, ondanks de beschikbaarheid van gegevens via Suwinet.
De Raad concludeert dat de onjuiste toekenning deels aan de Svb te wijten is, maar het verwijt aan appellant groter is. Volledige herziening met terugwerkende kracht is daarom kennelijk onredelijk. De Svb moet het bezwaar opnieuw beoordelen en de herziening beperken, waarbij een terugvordering van 75% van het teveel betaalde bedrag mogelijk toelaatbaar is.
De Raad vernietigt het bestreden besluit en veroordeelt de Svb in de proceskosten van appellant. Tevens wordt bepaald dat tegen het nieuwe besluit alleen beroep bij de Raad kan worden ingesteld.