ECLI:NL:RBNHO:2020:9309
Rechtbank Noord-Holland
- Wraking
- Th.S. Röell
- J.M. Janse van Mantgem
- R.H.M. Bruin
- Rechtspraak.nl
Wraking voorzitter wrakingskamer misbruik wrakingsmiddel buiten behandeling gesteld
Op 19 juli 2020 diende mr. Koenen namens verzoekster een wrakingsverzoek in tegen kantonrechter mr. De Vries in een arbeidszaak. Na schriftelijke reacties en aanvullende wrakingsgronden ontstond onenigheid over de behandeling van stukken en schriftelijke reacties. Mr. Koenen eiste voorafgaand aan de zitting standpunten en reacties, en toen hier niet aan werd voldaan, diende hij namens verzoekster een wrakingsverzoek in tegen de voorzitter van de wrakingskamer.
De wrakingskamer oordeelde op basis van het arrest van de Hoge Raad van 25 september 2018 dat opeenstapeling van wrakingsverzoeken en het gebruik van wraking als middel om beslissingen van de voorzitter te toetsen misbruik van recht kan zijn. De wrakingskamer stelde vast dat het wrakingsverzoek tegen de voorzitter een dergelijk misbruik vormde.
Daarom stelde de wrakingskamer het verzoek buiten behandeling zonder de zaak aan een andere wrakingskamer over te dragen. Tevens werd bepaald dat toekomstige wrakingsverzoeken tegen leden van de wrakingskamer eveneens buiten behandeling zullen blijven. De behandeling van het wrakingsverzoek tegen mr. De Vries vond op dezelfde dag plaats. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Wrakingsverzoek tegen voorzitter wrakingskamer wordt buiten behandeling gesteld wegens misbruik van het wrakingsmiddel.