Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de meervoudige kamer van 28 september 2020 in de zaak tussen
[X] , wonende te [Z] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Eiser is het gehele belastingjaar 2012 in dienstbetrekking werkzaam geweest bij [C] S.A., gevestigd te Luxemburg ( [C] ).
Geschil7.In geschil is of eiser over de periode van 1 januari tot en met 31 mei 2012 geheel, gedeeltelijk of helemaal niet in Nederland premieplichtig is voor de volksverzekeringen. Tevens is in geschil of rekening moet worden gehouden met de Luxemburgse premieheffing over de genoten uitkering. Niet in geschil is de heffing van inkomstenbelasting over de periode van 1 januari tot en met 31 mei 2012 en de heffing van inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over de periode van 1 juni tot en met 31 december 2012.
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- veroordeelt verweerder tot vergoeding van de door eiser geleden immateriële schade tot een bedrag van € 500;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 525; en
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 47 aan eiser te vergoeden.