ECLI:NL:RBNHO:2020:9378
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aftrek liquidatieverlies en afwaardering vordering in vennootschapsbelasting
De rechtbank Noord-Holland behandelde het beroep van eiseres tegen de aanslag vennootschapsbelasting 2014 opgelegd door de Belastingdienst. Eiseres had een vordering op [G] B.V. afgewikkeld en wilde een afwaardering van €301.174 en een liquidatieverlies van circa €13,5 miljoen in aftrek brengen.
De rechtbank stelde vast dat de afwaardering van de vordering niet aannemelijk was gemaakt door eiseres, omdat onvoldoende informatie over het ontstaan en verloop van de vordering was verstrekt. Hierdoor werd de afwaardering terecht geweigerd. Ten aanzien van het liquidatieverlies oordeelde de rechtbank dat de vereffening van [G] per 30 december 2014 was voltooid en de onderneming was gestaakt, zodat in beginsel aftrek mogelijk was.
Echter, eiseres slaagde er niet in het opgeofferd bedrag van €15 miljoen aannemelijk te maken, mede door gebrek aan onderbouwing van de overboekingen en juridische verhoudingen binnen de groep. Ook werd onvoldoende aangetoond dat correcties op grond van de tussenhoudsterregeling juist waren toegepast. De rechtbank concludeerde daarom dat het liquidatieverlies niet voor aftrek in aanmerking komt.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak is gedaan door mr. G.H. de Soeten, voorzitter, en mr. M.C. van As en mr. B. van Walderveen, leden, op 12 oktober 2020.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de afwaardering en het liquidatieverlies worden niet in aftrek genomen.