ECLI:NL:RBNHO:2020:9448
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2013-2014 en beroep op vertrouwensbeginsel
Eiseres diende aangiften inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen in voor de jaren 2013 en 2014, waarbij zij specifieke zorgkosten aftrok. Verweerder legde navorderingsaanslagen op nadat eiseres geen onderbouwing leverde voor deze aftrekposten. In bezwaar werden de aanslagen deels verminderd.
Eiseres stelde beroep in bij de rechtbank en beriep zich onder meer op het vertrouwensbeginsel, stellende dat eerdere jaren zonder problemen hoge zorgkosten werden geaccepteerd. De rechtbank oordeelde dat eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat verweerder een bewuste standpuntbepaling had gedaan die vertrouwen rechtvaardigde. Ook ontbraken de noodzakelijke bewijsstukken om de aftrek te onderbouwen.
Daarnaast werd een verzoek om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn gehonoreerd met een bedrag van € 1.000. De rechtbank veroordeelde verweerder tevens tot vergoeding van proceskosten van € 525 en het griffierecht van € 47. De beroepen werden ongegrond verklaard.
Uitkomst: De beroepen tegen de navorderingsaanslagen worden ongegrond verklaard, het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt, en eiseres ontvangt een immateriële schadevergoeding van € 1.000 wegens overschrijding redelijke termijn.