ECLI:NL:RBNHO:2020:9617
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing dwangsom wegens niet tijdig beslissen WOZ-waarde
De rechtbank Noord-Holland behandelde het beroep van eiser tegen de afwijzing van een dwangsom wegens het niet tijdig beslissen op bezwaar tegen de WOZ-waarde van zijn woning. Verweerder had de WOZ-waarde vastgesteld op € 428.000 voor het jaar 2019 en het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. Eiser stelde dat de ingebrekestelling op 1 januari 2020 was verstuurd en dat verweerder niet tijdig had beslist, waardoor een dwangsom verschuldigd zou zijn.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de ingebrekestelling daadwerkelijk op 1 januari 2020 was ontvangen door verweerder. Verweerder stelde dat de ingebrekestelling pas op 4 februari 2020 was ontvangen en dat de beslissing op bezwaar op 6 februari 2020 was genomen, binnen de wettelijke termijn van 14 dagen na ontvangst van de ingebrekestelling.
Omdat eiser geen bewijsstukken had overgelegd ter onderbouwing van zijn stelling en niet was verschenen op de zitting om zijn standpunt toe te lichten, concludeerde de rechtbank dat de enkele stelling onvoldoende was. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen dwangsom toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat verweerder tijdig op het bezwaar heeft beslist en geen dwangsom verschuldigd is.