Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.[passagier sub 1]
[passagier sub 2]
[passagier sub 3]
[passagier sub 4]
Rechtbank Noord-Holland
In deze civiele luchtvaartzaak stonden passagiers tegenover Turkish Airlines. De kantonrechter verwees naar eerdere tussenvonnissen en constateerde dat de gemachtigde van de passagiers kennelijk zonder deugdelijke machtiging en mogelijk buiten medeweten van de passagiers had geprocedeerd. Hierdoor achtte de rechter het onredelijk om de passagiers zelf in de proceskosten te veroordelen.
De kantonrechter besloot daarom de gemachtigde van de passagiers, mr. D.E. Lof, hoofdelijk te veroordelen in de integrale proceskosten op grond van artikel 245 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Turkish Airlines had een hoger bedrag aan proceskosten opgegeven, maar de rechter matigde dit bedrag tot €950,00 inclusief btw, omdat de kosten niet in verhouding stonden tot de ingediende stukken en onvoldoende waren onderbouwd.
De gemachtigde voerde aan dat een veroordeling in de werkelijke proceskosten een juridische misslag zou zijn, maar gaf geen nadere onderbouwing. De kantonrechter wees dit verweer af en verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Het vonnis werd gewezen door kantonrechter S.N. Schipper en op 10 november 2021 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De gemachtigde van de passagiers wordt veroordeeld in de proceskosten tot een gematigd bedrag van €950 inclusief btw.