Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Het procesverloop
2.De zaak in het kort
3.Feiten
4.De vordering
5.Het verweer
6.De beoordeling
7.De beslissing
622,00;
Rechtbank Noord-Holland
De huurder heeft een huurachterstand van tien maanden opgebouwd en erkent deze, maar verzet zich tegen ontbinding van de huurovereenkomst vanwege persoonlijke omstandigheden en het verlies van zijn baan door corona. De verhuurder vordert ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van de woning en betaling van achterstallige huur, boete en incassokosten.
De kantonrechter oordeelt dat ondanks de financiële problemen van de huurder de huurachterstand te groot is om voortzetting van de huurovereenkomst te rechtvaardigen. De huurder heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij de achterstand op korte termijn kan inlopen. De belangenafweging weegt zwaar in het voordeel van de verhuurder, die de huur nodig heeft voor zijn eigen financiële situatie.
De kantonrechter wijst de vordering tot ontbinding en ontruiming toe met een termijn van veertien dagen, gezien de huidige woningmarkt en het ontbreken van alternatieve woonruimte voor de huurder. De gevorderde incassokosten worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De contractuele boete wordt toegewezen, omdat deze niet onredelijk is en de huurder bekend was met het beding.
De proceskosten worden aan de huurder opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de huurder veroordeeld tot ontruiming en betaling van huurachterstand en boete.