Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
mr. M.C. Beun en van hetgeen de verdachte en zijn raadsman, mr. N. Hendriksen, advocaat te Hoorn, naar voren hebben gebracht.
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
24 januari 2016 (in vereniging) heeft ingebroken bij de [slachtoffer 3] . De omstandigheden dat (i) een getuige heeft gezien dat in de nacht van de inbraak omstreeks 01:00 uur twee jongens met volle tassen een deur van een centrale boxruimte hebben betreden, (ii) één van de vijf kelderboxen gelegen achter deze deur behoort bij de woning van de verdachte en (iii) in de kelderbox van de verdachte een aantal flessen drank is aangetroffen, zijn naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende om buiten redelijke twijfel vast te stellen dat de verdachte (mede)pleger is geweest van deze inbraak. Niet is komen vast te staan dat de flessen drank die in de kelderbox van de verdachte zijn aangetroffen, daadwerkelijk zijn weggenomen bij de inbraak van 24 januari 2016. Bovendien heeft de verdachte ter zitting verklaard dat hij niet bij uitsluiting toegang heeft tot de betreffende kelderbox. Nu de woning van de verdachte ten tijde van het ten laste gelegde feit op 300 meter afstand was gelegen van de betreffende [slachtoffer 3] , acht de rechtbank de door de officier van justitie aangehaalde zendmastgegevens niet redengevend voor het bewijs. Ander bewijs dat erop duidt dat de verdachte op of omstreeks 24 januari 2016 bij de [slachtoffer 3] heeft ingebroken, ontbreekt. De rechtbank zal de verdachte derhalve vrijspreken van het onder 3 ten laste gelegde feit.
4 februari 2016 (in vereniging) een beveiligingscamera heeft weggenomen van de [slachtoffer 3] in Wormerveer. Uit het dossier volgt dat een verbalisant op de camerabeelden heeft waargenomen dat (één van) de dader(s) een jas van het merk Nickelson draagt en dat die jas volgens de bevindingen van een verbalisant gelijkenissen vertoont met een jas die onder de verdachte in beslag is genomen. Nu er meerdere exemplaren van deze jas in omloop zijn, acht de rechtbank deze omstandigheid op zichzelf niet redengevend voor het bewijs. Wat betreft de door de officier van justitie aangehaalde zendmastgegevens is de rechtbank eenzelfde oordeel toegedaan als hierboven met betrekking tot feit 3 is overwogen. Het dossier bevat geen andere aanwijzingen die zouden kunnen wijzen op de betrokkenheid van de verdachte bij het ten laste gelegde feit, laat staan in de zin dat hij als medepleger kan worden aangemerkt. De rechtbank zal de verdachte derhalve vrijspreken van het onder 4 ten laste gelegde feit.
toevallig een paar dingen[heeft]
liggen” waar [naam 1] om vroeg, te weten “
een paar creditcard[s]”. Verder zegt [naam 2] dat het “
wel van een gast uit Engeland[is]” en dat dat dus een probleem is. [naam 1] zegt: “
breng mij wat je daar hebt en ga ik kijken en ga ik voor je bellen”. Vervolgens wordt er afgesproken bij het station van Zaandam.
[kenteken] voor het pand aan de [adres 3] geparkeerd staat. Als de getuige aankomt bij het pand, is de auto weg. Omstreeks 03:30 uur is het alarm in het pand voor de tweede maal geactiveerd.
die ploertendoder mee moet nemen”. De neef van [naam 4] gaat ook mee, anders mocht [naam 4] niet naar buiten. De verdachte vraagt of “
het [naam 6] is en of hij ook doekoe wil”. De verdachte gaat proberen een busje te regelen en anders gaan zij met de auto van [naam 4] .
blijf aan de lijn en als er wat komt moet je het zeggen”. Bij dit telefoongesprek straalt de telefoon van [naam 4] een zendmast aan op de [adres 4]
we hebben een probleem, mijn waggie is gefilmd 20 februari in Bever, ze zeggen met een brakki, mijn neef is een brief gestuurd”.
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
medeplegen van verduistering;
schuldheling;
poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking;
poging tot afpersing;
handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de sanctie
7.Vermogensmaatregel
8. Overige beslissingen omtrent in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen
9.Vorderingen benadeelde partijen
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
18 (achttien) dagen.
- 2. 1.00 STK Imitatiewapen (587457)
- 3. 1.00 STK Imitatiewapen (587459).