Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De procedure
2.De feiten
3.Het verzoek
4.De beoordeling
Rechtsmacht
5.De beslissing
8 december 2021. [1]
Rechtbank Noord-Holland
De rechtbank Noord-Holland behandelde een verzoek tot benoeming van een vereffenaar in de nalatenschap van een in het buitenland overleden erflater met de nationaliteit van dat land. De erflater had lange tijd in Nederland gewoond en was onder curatele gesteld, maar was uiteindelijk teruggekeerd naar het buitenland waar hij tot zijn overlijden verbleef.
Verzoeker, voormalig curator en schuldeiser van de nalatenschap, verzocht op grond van artikel 4:204 BW Pro om zijn dochter als vereffenaar te benoemen vanwege onbeheerde nalatenschap en het ontbreken van inspanningen van erfgenamen. De rechtbank stelde vast dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft, maar dat op grond van het internationaal privaatrecht en artikel 10:149 BW Pro het recht van het land van de laatste gewone verblijfplaats van de erflater van toepassing is op de vereffening.
Omdat de erflater zijn laatste gewone verblijfplaats in het buitenland had, is het Nederlandse recht op de vereffening niet van toepassing. Hierdoor kan geen vereffenaar naar Nederlands recht worden benoemd. Het verzoek werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Verzoek tot benoeming van een vereffenaar wordt afgewezen omdat de vereffening niet onder Nederlands recht valt.