Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de meervoudige kamer van 17 november 2021 in de zaken tussen
Stichting [eiseres] , gevestigd te [vestigingsplaats] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Amsterdam, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Geschil7.In geschil is of de naheffingsaanslagen 2013 tot en met 2016 terecht en voor de juiste bedragen zijn opgelegd en of de boetebeschikkingen voor de jaren 2013 en 2014 terecht zijn gehandhaafd. Meer specifiek is primair in geschil of eiseres ondernemer is voor de omzetbelasting, en subsidiair of eiseres aanspraak kan maken op toepassing van de reisbureauregeling op bepaalde geveilde veilingitems, of de onder de naam sponsoring ontvangen bedragen kunnen worden aangemerkt als vrijgestelde giften en of ten aanzien van het veilingitem [item] de (gehele) opbrengst als gift kan worden aangemerkt.
Beslissing
- verklaart de beroepen in de zaken met de nummers HAA 20/401, 20/402 en 20/403 gegrond en vernietigt in zoverre de uitspraak op bezwaar;
- vermindert de naheffingsaanslag omzetbelasting 2013 tot een bedrag van € 10.193, bepaalt dat de beschikking belastingrente dienovereenkomstig verminderd wordt en dat de boetebeschikking wordt vernietigd;
- vermindert de naheffingsaanslag omzetbelasting 2014 tot een bedrag van € 4.489, bepaalt dat de beschikking belastingrente dienovereenkomstig verminderd wordt en dat de boetebeschikking wordt vernietigd;
- vermindert de naheffingsaanslag omzetbelasting 2015 tot een bedrag van € 12.337 en bepaalt dat de beschikking belastingrente dienovereenkomstig verminderd wordt;
- verklaart het beroep in de zaak met nummer HAA 20/404 ongegrond en bepaalt dat de uitspraak op bezwaar in zoverre in stand blijft;
- veroordeelt verweerder tot vergoeding van de door eiseres geleden immateriële schade tot een bedrag van € 300;
- veroordeelt de Minister van Justitie en Veiligheid tot vergoeding van de door eiseres geleden immateriële schade tot een bedrag van € 700;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 3.039;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht ten bedrage van € 345 aan eiseres te vergoeden.