Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
pistool schot denkt door kussenheeft ingevoerd, waarbij voor ‘denkt’ waarschijnlijk ‘(ge)dempt’ moet worden gelezen. [verdachte 2] heeft hierover verklaard dat hij ‘denkt’ dat het zo gegaan is dat [verdachte 1] het heeft opgezocht op zijn telefoon en dat zij er samen naar hebben gekeken. De rechtbank is van oordeel dat op grond van deze aarzelende verklaring niet overtuigend kan worden vastgesteld dat [verdachte 2] zelf de zoekterm heeft ingevoerd dan wel dat hij er samen met [verdachte 1] naar heeft gekeken. Het aantreffen van de zoekterm in de telefoon van [verdachte 2] heeft daarom geen doorslaggevende betekenis voor het antwoord op de vraag of sprake is geweest van een gezamenlijk plan van [verdachte 1] en [verdachte 2] om [slachtoffer] te doden.
1 en 2ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de sanctie
- het rapport van het psychologisch onderzoek Pro Justitia, opgesteld door [naam 7] , GZ-psycholoog, gedateerd 13 oktober 2020;
- de rapportage Pro Justitia, gedateerd 23 juni 2021, opgesteld door [naam 8] , psychiater, en [naam 9] , GZ-psycholoog, beiden verbonden aan het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (NIFP), locatie Pieter Baan Centrum te Almere;
- het reclasseringsadvies, opgesteld door [naam 10] , reclasseringswerker werkzaam bij Reclassering Nederland te Roermond, gedateerd 23 juli 2021.
7.Vorderingen benadeelde partijen
uitwonendepleeg- en stiefkinderen, zoals de benadeelde partijen in de onderhavige zaak, een beroep zullen moeten doen op de hardheidsclausule van lid 4 onder g. Ten aanzien van hen geldt immers niet dat de overledene ten tijde van zijn overlijden duurzaam in gezinsverband de zorg over hen had.
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
bewezendat de verdachte de
onder 1 en 2ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4 weergegeven.
gevangenisstrafvoor de duur van
18 (achttien) jaren.
[benadeelde partij 1]niet-ontvankelijk in de vordering.
[benadeelde partij 2]geleden schade tot een bedrag van
€ 17.500,- (zeventienduizend vijfhonderd euro),als vergoeding voor immateriële schade, en veroordeelt de verdachte hoofdelijk tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 12 april 2020 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [benadeelde partij 2] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
[benadeelde partij 2]de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 17.500,- (zeventienduizend vijfhonderd euro),bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 122 dagen gijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 april 2020 tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
[benadeelde partij 3]geleden schade tot een bedrag van
€ 17.500,- (zeventienduizend vijfhonderd euro),als vergoeding voor immateriële schade, en veroordeelt de verdachte hoofdelijk tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 12 april 2020 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [benadeelde partij 3] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
[benadeelde partij 3]de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 17.500,- (zeventienduizend vijfhonderd euro),bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 122 dagen gijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 april 2020 tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.