ECLI:NL:RBNHO:2021:12040

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
30 december 2021
Publicatiedatum
24 december 2021
Zaaknummer
HAA 20/6545
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Proceskostenveroordeling
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:57 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a Awb
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing proceskostenveroordeling na intrekking beroep tegen aanslag afvalstoffenheffing

Eiseres had bezwaar gemaakt tegen een aanslag afvalstoffenheffing over 2020, welke door verweerder ongegrond werd verklaard. Eiseres stelde beroep in, maar verweerder vernietigde de aanslag vervolgens. Eiseres trok daarop het beroep in en verzocht om proceskostenvergoeding.

De rechtbank oordeelde dat proceskostenvergoeding alleen mogelijk is voor kosten die in het Besluit proceskosten bestuursrecht zijn opgenomen. Omdat eiseres zelf procedeerde en er geen aanwijzingen waren voor reis- of verblijfskosten, kwam zij niet in aanmerking voor vergoeding van proceskosten.

Wel werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van het door eiseres betaalde griffierecht van €48. De rechtbank wees het verzoek om overige kostenvergoeding af en sloot het onderzoek zonder zitting. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof Amsterdam.

Uitkomst: Verzoek tot proceskostenvergoeding afgewezen, wel vergoeding griffierecht van €48 toegekend.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

zittingsplaats Haarlem
Sector bestuursrecht
zaaknummer: HAA 20/6545

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 december 2021 in de zaak tussen

[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres

en

de heffingsambtenaar van Cocensus, verweerder.

Procesverloop

Verweerder heeft bij besluit 31 oktober 2020 het bezwaar van eiseres tegen de aanslag afvalstoffenheffing over het jaar 2020, ongegrond verklaard.
Eiseres heeft tegen dit besluit beroep ingesteld.
Bij brief van 1 november 2021 heeft verweerder de bestreden aanslag vernietigd.
Eiseres heeft het beroep bij brief van 5 november 2021 ingetrokken. Tegelijk met de intrekking van het beroep heeft eiseres verzocht om verweerder ingevolge artikel 8:75a, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bij afzonderlijke uitspraak te veroordelen in de kosten van de procedure bij de rechtbank.
De rechtbank heeft bij brief van 2 december 2021 verweerder in de gelegenheid gesteld te reageren. Verweerder heeft gereageerd.
Nadat partijen zijn gewezen op hun recht ter zitting te worden gehoord en niet binnen de gestelde termijn hebben verklaard gebruik te willen maken van dat recht, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten. De rechtbank doet uitspraak met toepassing van artikel 8:57, eerste lid, van de Awb.

Overwegingen

1. De veroordeling van een partij in de kosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (het Besluit). In het Besluit zijn nadere regels gesteld over de kosten waarop een veroordeling uitsluitend betrekking kan hebben en over de wijze waarop het bedrag van de kosten wordt vastgesteld.
2. In geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan eiseres is tegemoetgekomen, kan ingevolge artikel 8:75a Awb het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten worden veroordeeld. Het verzoek wordt gedaan tegelijk met de intrekking van het beroep.
3. De rechtbank stelt vast dat het beroep is ingetrokken omdat verweerder tegemoet is gekomen aan eiseres en dat eiseres tegelijk met de intrekking van het beroep heeft verzocht verweerder in de proceskosten te veroordelen.
4. De rechtbank zal het verzoek om verweerder in de proceskosten te veroordelen afwijzen omdat in het Besluit limitatief is opgenomen welke kosten voor vergoeding in aanmerking komen. Eiseres heeft zelf geprocedeerd zodat geen kosten van beroepsmatige rechtsbijstand door een derde voor vergoeding in aanmerking komen. Ook voor het bestaan van reis- of verblijfskosten is in de stukken geen aanwijzing te vinden, aangezien er geen hoorzitting in bezwaar en geen zitting bij de rechtbank is geweest. Het is dus niet aannemelijk dat eiseres kosten heeft gemaakt die ingevolge het Besluit voor vergoeding in aanmerking komen.
5. Ingevolge artikel 8:41, zevende lid, van de Awb dient wel het door eiseres betaalde griffierecht ten bedrage van € 48 te worden vergoed door verweerder.

BeslissingDe rechtbank:

  • wijst het verzoek om verweerder te veroordelen in de proceskosten af;
  • draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 48 te vergoeden aan eiseres.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Ferrier, rechter, in aanwezigheid van N. Joacim, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
griffier rechter
Afschrift verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na verzending hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam (belastingkamer), Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.
Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:
1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.
2. het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. een dagtekening;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;
d. de gronden van het hoger beroep.