ECLI:NL:RBNHO:2021:12124
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen aanslag inkomstenbelasting wegens ontbreken objectieve voordeelsverwachting
Eiser heeft tegen een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2016 beroep ingesteld, waarbij verweerder de negatieve winst uit onderneming van eiser corrigeerde omdat de activiteiten van diens eenmanszaak geen bron van inkomen zouden vormen. De rechtbank overweegt dat voor het kwalificeren van activiteiten als bron van inkomen drie cumulatieve voorwaarden gelden: deelname aan het economische verkeer, subjectief oogmerk om voordeel te behalen, en een objectieve verwachting dat voordeel redelijkerwijs kan worden verwacht.
Hoewel eiser aan de eerste twee voorwaarden voldoet, is volgens de rechtbank de objectieve voordeelsverwachting niet aannemelijk gemaakt. De eenmanszaak was per 31 oktober 2017 uitgeschreven, eiser was sinds 1 oktober 2016 in loondienst, en de resultaten over meerdere jaren tonen een aanzienlijk negatief resultaat. Het geschil met de eindverwerker is nog niet opgelost, waardoor geen zekerheid over winst bestaat.
Daarnaast is de wettelijke beslistermijn voor de uitspraak op bezwaar overschreden, maar dit leidt niet tot gevolgen omdat eiser geen schriftelijke ingebrekestelling heeft gedaan. De verzuimboete wegens te late aangifte wordt gehandhaafd omdat geen sprake is van afwezigheid van alle schuld. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek tot vermindering van de aanslag en vernietiging van de boete af.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag en verzuimboete worden gehandhaafd.