Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Procedure
2.Feiten en omstandigheden
3.Verzoek
- beide kinderen in de oneven week bij haar verblijven en in de even week bij de man;
- de kinderen tijdens de zomervakantie drie weken aaneengesloten bij de ene ouder en drie weken aaneengesloten bij de andere ouder zijn. Het ene jaar zijn de kinderen de eerste drie weken van de vakantie bij de ene ouder het andere jaar de eerste drie weken bij de andere ouder
- de kinderen tijdens de overige vakanties bij hun ouders verblijven conform de basisregeling;
- de ouders voorafgaand aan de verjaardagen van de kinderen met elkaar overleggen waar deze verjaardag wordt gevierd;
- schoolkeuzes voor de kinderen door partijen in en na onderling overleg worden genomen;
- in geval van reizen naar het buitenland met een van de ouders de andere ouder daaraan voorafgaand schriftelijk wordt geïnformeerd;
- de kinderen staan ingeschreven in de basisregistratie persoonsgegevens op het adres van verzoekster en daar hun hoofdverblijfplaats hebben;
- verzoekster de kinderbijslag en het kindgebonden budget ontvangt voor beide kinderen;
- de man aan haar een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen (hierna ook: kinderbijdrage) van € 250,- per kind per maand dient te voldoen, bij vooruitbetaling telkens voor de eerste van de maand met ingang van 16 maart 2021, althans een bedrag dat de rechtbank juist acht met ingang van een datum
4.Verweer
5.De visie van de Raad
6.Beoordeling
7.Beslissing
- Tijdens de zomervakantie zijn de kinderen drie weken aangesloten bij iedere ouder, waarbij de kinderen in het ene jaar de eerste helft van de vakantie bij de ene ouder doorbrengen en de tweede helft bij de andere ouder en in het jaar daarop omgekeerd;
- In de overige vakanties verblijven de kinderen volgens de reguliere zorg-/omgangsregeling bij hun ouders;
- dat schoolkeuzes na onderling overleg tussen de ouders worden genomen;
- de ouders elkaar schriftelijk informeren voordat zij met [de minderjarige 1] naar het buitenland reizen;