Partijen zijn gescheiden bij beschikking van 24 februari 2021, waarbij de echtelijke woning aan de man is toegewezen onder de opschortende voorwaarde dat hij de vrouw ontslaat uit hoofdelijke aansprakelijkheid voor de schulden. De vrouw mocht de woning tot zes maanden na inschrijving van de echtscheiding blijven bewonen. De termijn voor gebruik eindigde op 9 december 2021.
De man vordert in kort geding dat de vrouw meewerkt aan de ondertekening van de akte van verdeling en levering van haar aandeel in de woning, en dat zij de woning uiterlijk 1 maart 2022 verlaat. De vrouw weigert medewerking en verzoekt schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad van de beschikking tot het hoger beroep is beslist.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de beschikking uitvoerbaar bij voorraad is en dat geen sprake is van een kennelijke misslag of onomkeerbare situatie. De man heeft aan de opschortende voorwaarde voldaan. De vrouw moet meewerken aan de levering en de woning verlaten. De vordering in reconventie wordt afgewezen. De vrouw wordt veroordeeld in de proceskosten.