ECLI:NL:RBNHO:2021:12493
Rechtbank Noord-Holland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechters in gezags- en verblijfplaatszaak minderjarige
Verzoekster heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen drie rechters die betrokken zijn bij een procedure over de hoofdverblijfplaats en zorgregeling van haar minderjarige dochter. Zij stelde dat de rechters vooringenomen zijn doordat zij stukken van de wederpartij, die zij onrechtmatig verkregen acht en die haar psychische gesteldheid betreffen, hebben toegelaten.
De wrakingskamer heeft het verzoek behandeld en overwogen dat wraking alleen mogelijk is bij feiten of omstandigheden die objectief een zwaarwegende aanwijzing van vooringenomenheid vormen. Het verzoek was gebaseerd op een procesbeslissing om bepaalde producties toe te laten, een tussenbeslissing die volgens vaste jurisprudentie geen grond voor wraking kan zijn.
De wrakingskamer concludeerde dat de motivering van de procesbeslissing geen blijk gaf van vooringenomenheid en dat de aangevoerde feiten en omstandigheden onvoldoende waren om twijfel aan de onpartijdigheid van de rechters te rechtvaardigen. Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen en werd het proces in de hoofdzaak voortgezet.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechters is afgewezen omdat het gebaseerd was op een procesbeslissing die geen grond voor wraking vormt.