ECLI:NL:RBNHO:2021:12584
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek partnerbijdrage en toewijzing zorg- en gebruiksrechten na echtscheiding
De rechtbank Noord-Holland behandelde een voorlopige voorzieningenprocedure tussen een vrouw en man in het kader van hun echtscheiding. De vrouw verzocht om een partnerbijdrage van € 11.500 bruto per maand, gebaseerd op het gezamenlijke gezinsinkomen en de Hofnorm. De man verweerde zich met een nihilbeding inzake partneralimentatie en verwees naar een op 3 maart 2021 ondertekende overeenkomst en een echtscheidingsconvenant.
De rechtbank oordeelde dat de vrouw niet voldeed aan haar waarheidsplicht zoals neergelegd in artikel 21 Rv Pro. Zij had in haar verzoekschrift onvoldoende melding gemaakt van de uitgebreide onderhandelingen en afspraken tussen partijen en hun advocaten, waaronder het convenant en ouderschapsplan. Tevens ontbraken behoefte- en draagkrachtberekeningen. Hierdoor werd zij niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek.
Daarnaast verzocht de man om toewijzing van de zorg voor de minderjarige kinderen aan hem, exclusief gebruik van de echtelijke woning en een bijdrage van de vrouw in de kosten van verzorging en opvoeding van € 395 per maand. De vrouw stemde hiermee in. De rechtbank achtte deze verzoeken in het belang van de kinderen en wees ze toe.
De beschikking werd uitgesproken op 29 december 2021 en is niet vatbaar voor hoger beroep.
Uitkomst: Vrouw niet-ontvankelijk in verzoek partnerbijdrage; man krijgt zorg voor kinderen, exclusief gebruik woning en kinderbijdrage toegewezen.