Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de meervoudige douanekamer van 10 mei 2021 in de zaken tussen
[eiseres] B.V. , gevestigd te [vestigingsplaats] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst/Douane, kantoor Breda, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Geschil7. In geschil is onder welke onderverdeling van de GN de opladers dienen te worden ingedeeld.
Op basis van de objectieve kenmerken en eigenschappen worden deze hoofdzakelijk gebruikt voor het opladen van de mobiele telefoon, in het bijzonder voor de [uitvoering 1] , [uitvoering 2] en [uitvoering 3] . Dit volgt uit de vorm, het gebruik en het oplaadvermogen van de opladers. Met de fast charger pad kunnen alleen mobiele telefoons worden opgeladen, omdat andere producten geen contact kunnen maken met deze oplader. De opladers zijn speciaal vervaardigd en in de markt gezet als accessoire bij de mobiele telefoons om deze op te laden. Eiseres verwijst ter onderbouwing van haar standpunt naar bti’s van vergelijkbare producten. Uitvoeringsverordening 2017/1465 is, gelet op het arrest TDK-Lambda, ongeldig omdat hierin voorbij wordt gegaan aan de inherente bestemming en de toets of sprake is van de soort gebruikt voor telecommunicatietoestellen. Eiseres verzoekt de rechtbank hierover zo nodig prejudiciële vragen te stellen aan het HvJ.
(…)
Omschrijving(1): Een toestel (een zogenoemde „plaat voor draadloos opladen”) bestaande uit een adapter met een ongeveer 180 cm lange kabel en een oplaadplaat. De kabel beschikt over een verbindingsstuk waarmee het met de oplaadplaat wordt verbonden. De plaat is rond, ongeveer 8 mm hoog, heeft een diameter van ongeveer 80 mm en weegt 51 g.
.Het beroep van eiseres op deze bti’s kan haar niet baten. Eiseres is immers geen rechthebbende van deze bti.’s Op grond van het arrest van het HvJ van 7 april 2011 in zaak C-153/10 (Sony Supply Chain Solutions) kan een bti evenwel door een andere persoon dan de rechthebbende als bewijs worden aangevoerd, mits sprake is van hetzelfde goed. Daar is in dit geval echter niet van gebleken. Eiseres heeft ook slechts gesteld dat het om vergelijkbare goederen gaat, zonder deze stelling te concretiseren en te onderbouwen. Deze bti’s brengen de rechtbank niet tot een ander oordeel.