ECLI:NL:RBNHO:2021:1471
Rechtbank Noord-Holland
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Ontruiming woning wegens huurachterstand en betaling voorschot waterkosten
Eiser verhuurt sinds juni 2019 een woning aan gedaagde met een maandhuur van €700 exclusief nutsvoorzieningen. Gedaagde heeft een huurachterstand opgebouwd van €3.200 over de periode juli tot en met december 2020 en een achterstand in voorschotbetalingen voor water van €999,94. Eiser vordert betaling van deze bedragen, betaling van huur vanaf januari 2021 tot ontruiming, ontruiming van de woning en proceskosten.
Gedaagde erkent de huurachterstand maar wijst op financiële problemen door de coronacrisis en betwist het exacte bedrag. Zij heeft de watermeter sinds december 2020 op haar naam gezet. De kantonrechter oordeelt dat het spoedeisend belang aanwezig is vanwege de forse huurachterstand en dat de vordering in een bodemprocedure met grote waarschijnlijkheid zal worden toegewezen.
De kantonrechter wijst de vordering tot betaling van de huurachterstand en voorschot water toe, evenals de maandelijkse huur vanaf januari 2021 tot de datum van ontruiming. De ontruiming wordt bevolen met een termijn van vier weken na betekening vanwege persoonlijke omstandigheden en Covid-19. De gevorderde incassokosten worden afgewezen wegens niet-naleving van wettelijke vereisten. De proceskosten worden aan gedaagde opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De kantonrechter beveelt ontruiming binnen vier weken en veroordeelt gedaagde tot betaling van huurachterstanden en voorschot waterkosten.