Op 27 september 2020 heeft de verdachte in Purmerend samen met anderen openlijk geweld gepleegd tegen de aangever door meerdere malen met gebalde vuist te slaan en met de (geschoeide) voet hard tegen het hoofd te schoppen. Dit geweld leidde tot een gebroken neus bij de aangever, maar het is niet met zekerheid vastgesteld dat de verdachte dit letsel heeft toegebracht.
De rechtbank heeft het primaire feit bewezen verklaard, maar sprak de verdachte vrij van het strafverzwarende bestanddeel dat hij het letsel heeft veroorzaakt. De verdediging pleitte voor vrijspraak wegens onvoldoende bewijs, maar de rechtbank vond de bewijsmiddelen overtuigend genoeg om de betrokkenheid van de verdachte vast te stellen.
De rechtbank oordeelde dat het bewezen verklaarde feit strafbaar is en dat de verdachte strafbaar is. Gelet op de ernst van het geweld, de recidive van de verdachte en de omstandigheden waaronder het feit is gepleegd, legde de rechtbank een gevangenisstraf van zes maanden op, met aftrek van de tijd in voorarrest.
Daarnaast werd de voorwaardelijke gevangenisstraf van drie weken uit een eerdere zaak tenuiterlegd vanwege het niet naleven van de proeftijd. De rechtbank wees de vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging toe.
De rechtbank benadrukte dat het herhaaldelijk hard schoppen tegen het hoofd en de eerdere geweldsdelicten van de verdachte een zwaardere straf rechtvaardigen dan door het Openbaar Ministerie was gevorderd.