ECLI:NL:RBNHO:2021:1996

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
10 maart 2021
Publicatiedatum
11 maart 2021
Zaaknummer
8714235 \ CV EXPL 20-6992
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 370 lid 1 FwArt. 383 FwArt. 384 FwArt. 386 Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering wegens homologatie akkoord WHOA met finale kwijting

Frontline Rigging Consults B.V. vordert betaling van een openstaande factuur van Jurlights B.V. ter hoogte van € 8.146,62, vermeerderd met wettelijke handelsrente en proceskosten. Frontline baseert haar vordering op niet-betaalde werkzaamheden waarvoor een factuur was verzonden.

Jurlights erkent de vordering, maar wijst erop dat deze is meegenomen in een door haar aangeboden akkoord op grond van de Wet Homologatie Onderhands Akkoord (WHOA). Dit akkoord is door de rechtbank gehomologeerd, waarbij concurrente schuldeisers 16% van hun vordering ontvangen tegen finale kwijting.

De rechtbank oordeelt dat Frontline als stemgerechtigde schuldeiser een voor tenuitvoerlegging vatbare titel heeft voor 16% van haar vordering, maar geen belang meer heeft bij het resterende bedrag vanwege de finale kwijting. Daarom wordt de vordering afgewezen voor het meerdere boven de 16%. De proceskosten worden gecompenseerd, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.

Uitkomst: De vordering wordt afgewezen vanwege homologatie van het WHOA-akkoord met finale kwijting voor het meerdere boven 16%.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 8714235 \ CV EXPL 20-6992
Uitspraakdatum: 10 maart 2021
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de besloten vennootschap
Frontline Rigging Consults B.V.mede handelend onder de naam
Safetywinkel.nl
gevestigd te Utrecht
eiseres in conventie
verweerster in reconventie
verder te noemen: Frontline
gemachtigde: mr. F.C.E. Lussi
tegen
de besloten vennootschap
Jurlights B.V.mede handelend onder de naam
JUR Creative Show Technology
gevestigd te Badhoevedorp, gemeente Haarlemmermeer
gedaagde in conventie
eiseres in reconventie
verder te noemen: Jurlights
gemachtigde: mr. H.F.C. Hoogendoorn

1.Het procesverloop

1.1.
Frontline heeft bij dagvaarding van 17 augustus 2020 een vordering tegen Jurlights ingesteld. Jurlights heeft schriftelijk geantwoord en tevens een eis in reconventie ingesteld. Frontline heeft vervolgens een antwoord in reconventie ingediend.
1.2.
Voorafgaand aan de mondelinge behandeling heeft Jurlights verzocht om aanhouding van de mondelinge behandeling. De kantonrechter heeft dit verzoek niet ingewilligd.
1.3.
Op 25 januari 2021 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. Jurlights heeft tijdens de mondelinge behandeling haar reconventionele eis ingetrokken. Bij e-mail van 5 maart 2021 heeft Jurlights nadere informatie toegezonden en verzocht om rekening te houden met gewijzigde omstandigheden. De gemachtigde van Frontline heeft daarop desgevraagd telefonisch aan de griffier meegedeeld dat hij zich refereert aan het oordeel van de kantonrechter en aangegeven geen behoefte te hebben dit nader schriftelijk toe te lichten.

2.Het geschil

2.1.
Frontline vordert dat de kantonrechter Jurlights veroordeelt tot betaling van € 8.146,62 vermeerderd met de wettelijke handelsrente over € 7.211,60 vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag van de algehele betaling, alsmede van de proceskosten.
2.2.
Frontline legt -kort weergegeven- aan de vordering ten grondslag dat Jurlights tekort is geschoten ten aanzien van de betaling van een factuur van Frontline. Frontline heeft werkzaamheden verricht voor Jurlights en daarvoor op 28 januari 2020 een factuur aan Jurlights gezonden. Ondanks meerdere aanmaningen heeft Jurlights het factuurbedrag van € 7.211,60 niet betaald.
2.3.
Jurlights erkent de vordering maar heeft er in haar e-mail van 5 maart 2021 op gewezen dat de vordering is meegenomen in de homologatie van het door haar aangeboden akkoord op grond van artikel 384 Faillissementswet Pro (hierna: Fw). Volgens Jurlights leidt dat ertoe dat de vordering van Frontline niet meer toewijsbaar is.

3.De beoordeling

3.1.
Jurlights heeft op 29 december 2020 een akkoord aangeboden aan haar schuldeisers als bedoeld in artikel 370 lid 1 Fw Pro, waarbij aan de concurrente schuldeisers is aangeboden om 16% van hun vordering betaald te krijgen tegen finale kwijting. Frontline is een van de concurrente schuldeisers en heeft, evenals enkele andere schuldeisers, geweigerd in te stemmen met het aangeboden akkoord. Jurlights heeft vervolgens op grond van artikel 383 Fw Pro bij deze rechtbank een verzoek ingediend tot homologatie van het akkoord. De rechtbank heeft bij vonnis van 19 februari 2021 het verzoek van Jurlights toegewezen op grond van artikel 384 Fw Pro (ECLI:NL:RBNHO:1398) en het aangeboden akkoord gehomologeerd. Op grond van artikel 386 Fw Pro levert het vonnis van homologatie ten behoeve van stemgerechtigde schuldeisers met niet door de schuldenaar betwiste vorderingen een voor tenuitvoerlegging vatbare titel op tegen de schuldenaar voor zover de schuldeisers op basis van het akkoord een vordering krijgen tot betaling van een geldsom. Vast staat dat Frontline stemgerechtigd was en dat Jurlights de vordering van Frontline heeft erkend. Gezien artikel 386 Fw Pro heeft Frontline op basis van het vonnis van homologatie van het aangeboden akkoord dan ook een voor tenuitvoerlegging vatbare titel verkregen jegens Jurlights tot betaling van 16% van haar vordering tegen finale kwijting. In zoverre heeft Frontline als gevolg daarvan geen belang meer bij toewijzing van de onderhavige vordering. Voor zover Frontline nog beoogde in deze procedure een toewijzend vonnis te verkrijgen voor het meerdere boven de 16%, ontbreekt een grondslag voor toewijzing daarvan gezien de finale kwijting voor het restant van de vordering. De vordering zal dan ook worden afgewezen.
3.2.
Gezien de omstandigheden van het geval ziet de kantonrechter aanleiding om de proceskosten tussen partijen te compenseren.

4.De beslissing

De kantonrechter:
4.1.
wijst de vordering af;
4.2.
compenseert de proceskosten, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Kruithof, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter