Op 19 november 2019 overleed de moeder van gedaagde. Gedaagde nam direct contact op met Uitvaartcentrum Zuid, waarna op 20 november 2019 de uitvaart en kosten werden besproken. De voorlopige kostenopgave bedroeg €7.069,75, terwijl de uitvaartpolis een dekking van €3.589,- bood. Gedaagde ondertekende de overeenkomst en gaf opdracht voor bijkomende kosten.
De uitvaart vond plaats op 25 november 2019 conform de wensen van gedaagde. Uitvaartcentrum Zuid factureerde een bedrag van €3.371,95 na aftrek van de polisuitkering. Gedaagde weigerde te betalen en stelde dat hij de kostenopgave pas na de uitvaart ontving en onder druk tekende. Dit verweer kon hij niet onderbouwen.
De kantonrechter oordeelde dat gedaagde wist van de kosten en de beperkte polisdekking en dat hij opdracht gaf voor extra kosten. Het verweer dat hij door emoties de overeenkomst niet begreep, werd niet aannemelijk gemaakt. Ook het argument dat de kosten bovenmatig waren, werd niet nader onderbouwd.
Daarom werd gedaagde veroordeeld tot betaling van €3.994,71 plus wettelijke rente en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.