Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de meervoudige kamer van 23 maart 2021 in de zaken tussen
[X] , wonende te [Z] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Utrecht, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
- is het beroep van eiser inzake het belastingjaar 2012 ontvankelijk?
- heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen de afwijzingsbeschikking inzake belastingjaar 2013 terecht kennelijk ongegrond verklaard?
- is voor de belastingjaren 2012 (indien het beroep ontvankelijk is) en 2015 sprake van omkering en verzwaring van de bewijslast en zo ja, is er sprake is van een redelijke schatting van:
- heeft eiser recht op aftrek ter voorkoming van dubbele belasting?
- zijn de opgelegde verzuimboetes voor 2012 en 2015 terecht, en passend en geboden?
Beslissing
- verklaart de beroepen inzake belastingjaren 2012 en 2013 ongegrond;
- verklaart het beroep inzake belastingjaar 2015 gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar inzake belastingjaar 2015;
- vermindert de aanslag ib/pvv 2015 tot een aanslag berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 54.522 en een belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang van € 88.890;
- vermindert de belastingrente 2015 dienovereenkomstig;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraak op bezwaar inzake belastingjaar 2015;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser ten bedrage van € 400,50;
- gelast dat verweerder het door eiser betaalde griffierecht van € 47 vergoedt.