ECLI:NL:HR:1996:AA2004
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- Zuurmond
- C.H.M. Jansen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt aanslag zuiveringsheffing voor jachthaven ondanks bezwaar belanghebbende
Belanghebbende, exploitant van een jachthaven en gebruiker van een woning op een perceel te Z, ontving een aanslag zuiveringsheffing van de Provincie Utrecht voor het jaar 1989. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd de aanslag verminderd tot berekening op basis van drie vervuilingseenheden zonder verhoging.
Belanghebbende had het aangiftebiljet oningevuld geretourneerd met een gemotiveerde brief waarin zij stelde dat voor de jachthaven geen aparte aanslag kon worden opgelegd omdat al een aanslag voor de woning was opgelegd. Het Hof oordeelde dat de situatie niet viel onder het derde lid van artikel 9 van Pro de Algemene wet inzake rijksbelastingen en dat het oningevuld terugzenden van het aangiftebiljet met gemotiveerde bezwaren niet als nalatigheid kon worden gezien.
Gedeputeerde Staten gingen in cassatie, maar de Hoge Raad verwierp het beroep. Tevens wees de Hoge Raad af om proceskosten toe te wijzen aan Gedeputeerde Staten. Het arrest werd op 27 maart 1996 uitgesproken en bevestigt het oordeel van het Hof dat de aanslag terecht is verminderd zonder toepassing van een verhoging.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het Hof waarbij de aanslag zuiveringsheffing is verminderd zonder verhoging.