Flightright vordert compensatie namens een passagier voor de annulering van een vlucht van Sandefjord naar Amsterdam-Schiphol op 22 oktober 2018. De vervoerder, KLM Cityhopper, betwist de vordering en stelt dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden zoals bedoeld in de EU Verordening 261/2004.
De rechtbank stelt vast dat de vlucht geannuleerd is vanwege zware turbulentie tijdens de voorafgaande vlucht, wat leidde tot een verplichte veiligheidsinspectie van het toestel. Dit wordt aangemerkt als een buitengewone omstandigheid die de uitvoering van de vlucht verhinderde. De vervoerder heeft bovendien voldoende maatregelen genomen door passagiers om te boeken op alternatieve vluchten.
Daarom is de vervoerder niet gehouden tot compensatie. Flightright wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten. Dit vonnis bevestigt dat weersomstandigheden en veiligheidsproblemen op een voorafgaande vlucht kunnen doorwerken als buitengewone omstandigheden voor een daaropvolgende vlucht.