Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de meervoudige kamer van 3 maart 2021 in de zaak tussen
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
2.691.518 3.103.520 3.247.444 3.349.372
Geschil7. In geschil is of de navorderingsaanslagen en de beschikkingen terecht zijn vastgesteld. Daarbij houdt partijen verdeeld of de verlengde navorderingstermijn van artikel 16, vierde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (Awr) toepassing kan vinden en zo ja, of sprake is van een onzakelijke vergoeding voor de dienstverlening van [CC] aan dochtermaatschappijen van eiseres. Voorts verzoekt eiseres om een integrale proceskostenvergoeding in bezwaar en beroep en om een vergoeding van immateriële schade ter zake van de jaren dat boetes zijn opgelegd.
(Kamerstukken II, 1990-1991, 21.423, nr. 7, blz. 1)
Beslissing
mr. M.W. Koenis, leden, in aanwezigheid van mr. B. Schaafsma, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 3 maart 2021.