ECLI:NL:RBNHO:2021:2629
Rechtbank Noord-Holland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding wegens plaatsing op transferlijst zonder aannemelijk gemaakte schade
In deze zaak vordert de werknemer een (billijke) schadevergoeding van zijn werkgever, Connexxion, wegens het onterecht plaatsen op de transferlijst in het kader van een concessiewisseling. De werknemer stelt dat hij schade lijdt omdat hij nu bij een kleiner bedrijf werkt en vreest zijn baan te verliezen bij een volgende concessiewisseling. Connexxion betwist de vordering en voert aan dat er geen juridische grondslag bestaat omdat de werknemer zich heeft neergelegd bij de overgang.
De kantonrechter oordeelt dat de regeling van de WPV 2000 niet zonder meer uitsluit dat een vordering tot schadevergoeding kan worden ingesteld, maar dat de werknemer onvoldoende heeft onderbouwd dat hij daadwerkelijk schade heeft geleden, lijdt of zal lijden. Er is geen concrete onderbouwing van vermogensschade of achteruitgang in positie. Ook het financiële voordeel dat Connexxion zou hebben behaald door het ontslag van een dure werknemer is niet relevant.
Daarnaast plaatst de kantonrechter kritische kanttekeningen bij de procedure die Connexxion heeft gevolgd bij het aanwijzen van de werknemer op de transferlijst. De motivering en onderbouwing van de selectie en het percentage over te plaatsen werknemers zijn onvoldoende transparant. Ook de herplaatsingsinspanningen van Connexxion worden als onvoldoende beoordeeld.
Uiteindelijk wijst de kantonrechter de vordering af en veroordeelt de werknemer tot betaling van de proceskosten. Er is geen sprake van misbruik van procesrecht. Het vonnis is gewezen door kantonrechter W. Aardenburg en in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De vordering tot schadevergoeding wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van schade.