Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De verdere procedure
2.De verdere beoordeling
(€ 7.758,31 x 0,75).
Rechtbank Noord-Holland
De zaak betreft een civiele procedure tussen Borus B.V., een kinderopvangorganisatie, en een particuliere consument over de nakoming van een kinderopvangovereenkomst. De kantonrechter heeft ambtshalve getoetst of de overeenkomst onder de uitzondering voor sociale diensten valt, zoals bedoeld in artikel 6:230h lid 2 sub c BW, en concludeerde dat commerciële kinderopvang daar niet onder valt.
De eiser heeft gesteld dat de overeenkomst op afstand is gesloten via een aanmelding op de website en ondertekening op de opvanglocatie. De kantonrechter heeft vervolgens onderzocht of aan de precontractuele informatieverplichtingen van de artikelen 6:230m en 6:230v BW is voldaan. Hoewel essentiële informatie in de overeenkomst was opgenomen, ontbrak de vermelding van de duur van de overeenkomst, wat een vereiste is.
De eiser heeft onvoldoende toegelicht hoe zij aan haar informatieverplichtingen heeft voldaan, hetgeen een schending oplevert. Gelet op jurisprudentie van het HvJ EU heeft de kantonrechter een passende sanctie opgelegd door de overeenkomst gedeeltelijk te vernietigen voor 25% van de prijs. Daarnaast zijn wettelijke rente en proceskosten toegewezen. De gedaagde is grotendeels in het ongelijk gesteld.
Uitkomst: De gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 6.484,67 met 25% korting wegens schending precontractuele informatieverplichtingen.