Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, verweerder
Als derde-partij neemt aan het geding deel: de Minister van Defensie, te
Procesverloop
[naam 6] ( [functie] ).
Overwegingen
sub 1 tot en met 5 door het gebrek niet zijn benadeeld. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat het gebrek niet voor het nemen van het bestreden besluit is hersteld, maar pas erna. Eisers sub 1 tot en met 5 hebben hierdoor niet de mogelijkheid gehad de ontbrekende stukken te betrekken bij het inbrengen van hun zienswijzen in de ontwerpfase.
“Uit (…) onderzoek van TNO blijkt (…) dat een norm van 50 dB Bs,dan goed aansluit bij de bestaande uitvoeringspraktijk en toereikend is uit het oogpunt van de bescherming tegen geluidhinder en deze is dan ook opgenomen in bovengenoemde wijziging van het Activiteitenbesluit. (…) Bij de waarde van 50 dB Bs,dan worden, net als bij hinder van verkeersgeluid, maximaal 3,7% ernstig gehinderden verwacht. Om die reden heb ik besloten in het vervolg ook bij het afgeven van een omgevingsvergunning voor een schietinrichting een voorkeurswaarde van 50 dB Bs,dan aan te houden op de gevels van woningen en andere geluidsgevoelige terreinen als bedoeld in de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder.”
[naam 1] en [naam 2] van eiseres sub 1 overweegt de rechtbank als volgt.