Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De procedure
- het vonnis in verzet van 14 oktober 2020,
- het proces-verbaal van comparitie van 12 maart 2021 en de daarin genoemde stukken,
- de brief namens [gedaagde/eiser] van 7 april 2021 met een reactie op het proces-verbaal,
- de brief namens [eiser/verweerder] van 12 april 2021 met een reactie op de hiervoor genoemde brief namens [gedaagde/eiser].
2.De zaak in het kort
3.Feiten
handtekening) [gedaagde/eiser] (
handtekening)
€ 75.000,00. Daarbij is, indien een tijdige betaling door [gedaagde/eiser] uitblijft, de verschuldigdheid van onder meer de wettelijke rente en de incassokosten aangezegd.
4.Het geschil
in conventie
5.De beoordeling
6.De beslissing
28 april 2021voor uitlating door [eiser/verweerder] of hij bewijs wil leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en / of door een ander bewijsmiddel,
bewijsstukkenwil overleggen, die stukken direct in het geding moet brengen,
getuigenwil laten horen, de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten in de maanden juni tot en met september 2021 direct moet opgeven, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald,
alle partijenuiterlijk 10 dagen voor het eerste getuigenverhoor
alle beschikbare bewijsstukkenaan de rechtbank en de wederpartij moeten toesturen,