Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Het procesverloop
2.De beoordeling
3.De beslissing
€ 2.500,00 aan [gedaagde] door te betalen;
Rechtbank Noord-Holland
In deze zaak heeft Stichting Elan Wonen een kort geding aangespannen tegen de huurder van een flatwoning. Op 21 april 2021 werd de gedaagde gedagvaard en een zitting gepland op 30 april 2021. Voorafgaand aan de zitting hebben partijen op 27 april 2021 een onderlinge regeling getroffen en verzocht deze in een vonnis te laten opnemen.
De kantonrechter heeft geen aanleiding gezien om het verzoek af te wijzen en heeft de regeling zoals overeengekomen tussen partijen in het vonnis vastgelegd. De regeling houdt onder meer in dat de huurovereenkomst met wederzijds goedvinden per 3 mei 2021 eindigt, dat Elan Wonen een bedrag van € 2.500,00 op een derdenrekening stort, en dat de huurder de woning uiterlijk op die datum leeg en ontruimd oplevert.
Verder is bepaald dat partijen ieder hun eigen proceskosten dragen en dat het vonnis uitvoerbaar bij voorraad is. De kantonrechter wijst de vordering voor het overige af. Het vonnis is op 30 april 2021 in het openbaar uitgesproken door kantonrechter I. de Greef.
Uitkomst: De kantonrechter bekrachtigt de regeling over de beëindiging van de huurovereenkomst en veroordeelt partijen deze na te komen.