Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.[eiser sub 1]
2. [eiser sub 2]
3. [eiser sub 3]
Stichting Ymere
Rechtbank Noord-Holland
Eisers, bestaande uit een ouderpaar en hun meerderjarige zoon, vorderden dat de zoon medehuurder zou worden van de woning die de ouders huren van Ymere. De zoon woont sinds 2017 onafgebroken in de woning en daarvoor ook lange tijd bij zijn ouders. Eisers stelden dat er sprake was van een duurzame gemeenschappelijke huishouding, onderbouwd met diverse bewijsstukken zoals bankafschriften, vakantiefoto's en verklaringen.
Ymere betwistte de vordering en voerde aan dat de stukken onvoldoende bewijs boden voor een duurzame gemeenschappelijke huishouding. Zij stelde dat er geen financiële verwevenheid was en dat de gezamenlijke activiteiten niet wezenlijk waren voor een gemeenschappelijke huishouding. Ook werd gewezen op het feit dat de zoon in 2014 elders woonde met een partner, waardoor de duurzaamheid ontbrak.
De kantonrechter oordeelde dat niet was komen vast te staan dat sprake was van een duurzame gemeenschappelijke huishouding. De gezamenlijke activiteiten en financiële bijdragen waren onvoldoende onderbouwd en de verklaringen te algemeen. De vordering werd daarom afgewezen. De proceskosten werden aan eisers opgelegd.
Uitkomst: Verzoek tot medehuurderschap van de zoon wordt afgewezen wegens ontbreken van een duurzame gemeenschappelijke huishouding.