Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.PROCESVERLOOP
Uit de overige inhoud van de berichten zou met een welwillende lezing een wrakingsverzoek tegen de rechter kunnen worden afgeleid (“Hierbij deze rechter ook gewraakt. Quod Non.”).
Rechtbank Noord-Holland
Verzoekster werd bij vonnis van 21 april 2021 door de kantonrechter veroordeeld tot betaling van een bedrag en proceskosten. Op 28 april 2021 diende verzoekster een wrakingsverzoek in tegen dezelfde rechter, stellende dat er sprake zou zijn van een complot en dat de rechter gewraakt moest worden.
De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 36 Rv Pro en het wrakingsprotocol van de rechtbank Noord-Holland. Omdat het wrakingsverzoek pas na de einduitspraak van 21 april werd ingediend, is het verzoek niet-ontvankelijk verklaard. Tevens heeft verzoekster geen concrete feiten of omstandigheden aangevoerd die twijfel aan de onpartijdigheid van de rechter rechtvaardigen.
De wrakingskamer heeft daarom geen mondelinge behandeling vastgesteld en het verzoek schriftelijk afgewezen. De beslissing is op 6 mei 2021 in het openbaar uitgesproken en er staat geen rechtsmiddel tegen open.
Uitkomst: Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard wegens indiening na einduitspraak en gebrek aan gegronde wrakingsgronden.