ECLI:NL:RBNHO:2021:4306

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
6 mei 2021
Publicatiedatum
27 mei 2021
Zaaknummer
C/15/315829 / HA RK 21/82
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 RvArt. 37 RvArtikel 5 lid 2 onder d Wrakingsprotocol rechtbank Noord-Holland
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wrakingskamer verklaart wrakingsverzoek niet-ontvankelijk na einduitspraak

Verzoekster werd bij vonnis van 21 april 2021 door de kantonrechter veroordeeld tot betaling van een bedrag en proceskosten. Op 28 april 2021 diende verzoekster een wrakingsverzoek in tegen dezelfde rechter, stellende dat er sprake zou zijn van een complot en dat de rechter gewraakt moest worden.

De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 36 Rv Pro en het wrakingsprotocol van de rechtbank Noord-Holland. Omdat het wrakingsverzoek pas na de einduitspraak van 21 april werd ingediend, is het verzoek niet-ontvankelijk verklaard. Tevens heeft verzoekster geen concrete feiten of omstandigheden aangevoerd die twijfel aan de onpartijdigheid van de rechter rechtvaardigen.

De wrakingskamer heeft daarom geen mondelinge behandeling vastgesteld en het verzoek schriftelijk afgewezen. De beslissing is op 6 mei 2021 in het openbaar uitgesproken en er staat geen rechtsmiddel tegen open.

Uitkomst: Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard wegens indiening na einduitspraak en gebrek aan gegronde wrakingsgronden.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Wrakingskamer, locatie Alkmaar
zaaknummer: C/15/315829 / HA RK 21/82
datum uitspraak : 6 mei 2021
BESLISSINGop het mondelinge verzoek tot wraking ingevolge artikel 37 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), ingediend door:
[verzoekster]
wonende te [woonplaats],
hierna te noemen: verzoekster.

1.PROCESVERLOOP

1.1.
Bij vonnis op tegenspraak van 21 april 2021 van kantonrechter mr. B. Voogd (hierna: de rechter) van deze rechtbank is verzoekster veroordeeld om een bedrag van € 318,- te betalen, alsmede de proceskosten.
1.2.
Bij e-mailberichten van 28 en 29 april 2021 aan de griffie van de afdeling kanton van deze rechtbank heeft verzoekster meegedeeld dat “ondergetekende (og) in vertegenwoordiging en ook bij haar zelf in verweer komt daar er een complot gaande is dat og en haar advocaat niet gereageerd zou hebben.”
Uit de overige inhoud van de berichten zou met een welwillende lezing een wrakingsverzoek tegen de rechter kunnen worden afgeleid (“Hierbij deze rechter ook gewraakt. Quod Non.”).
1.3.
De wrakingskamer heeft op grond van de hierna opgenomen overwegingen besloten geen datum te bepalen voor een mondelinge behandeling van het verzoek.

2.BEOORDELING VAN HET VERZOEK

2.1.
Een rechter kan op grond van artikel 36 Rv Pro worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Uitgangspunt daarbij is dat de rechter uit hoofde van haar aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing vormen dat een rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert.
2.2.
Volgens artikel 5 lid 2 onder Pro d van het Wrakingsprotocol van deze rechtbank (onder meer te vinden op www.rechtspraak.nl) kan een wrakingsverzoek niet worden ingediend na het tijdstip, waarop einduitspraak is of wordt gedaan.
De einduitspraak in deze zaak is gedaan op 21 april 2021 en het wrakingsverzoek op 28 april 2021.
De wrakingskamer zal het verzoek daarom aanstonds niet-ontvankelijk verklaren.
2.3.
Overigens merkt de wrakingskamer op dat verzoekster ook geen grond voor haar wraking heeft opgegeven. Zij heeft in het geheel niet duidelijk gemaakt waarom aan de onpartijdigheid van de rechter zou moeten worden getwijfeld.

3.BESLISSING

De rechtbank:
3.1.
verklaart het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk;
3.2.
beveelt de griffier onverwijld aan verzoekster en de rechter een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van deze beslissing toe te zenden;
3.3.
beveelt de onmiddellijke mededeling van deze beslissing aan de voorzitter van de rechtbank Noord-Holland, sectie civiel, afdeling kanton.
Deze beslissing is gegeven door mr. L.J. Saarloos, voorzitter, en mr. M. Kraefft en mr. S.W.S. Kiliç, leden van de wrakingskamer, in tegenwoordigheid van mr. A.J. Bruijn, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 6 mei 2021.
griffier voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.