ECLI:NL:RBNHO:2021:4374
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek verlenging diplomatermijn studiefinanciering wegens onvoldoende medische onderbouwing
Eiser vroeg verlenging van de diplomatermijn studiefinanciering met vijf jaar vanwege een handicap en structurele medische omstandigheden. Verweerder wees dit verzoek af, waarna eiser bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde tegen het bestreden besluit.
De rechtbank stelde vast dat eiser sinds 2009 niet meer ingeschreven stond en dat hij onvoldoende medische verklaringen had overlegd die aantonen dat hij door structurele medische omstandigheden niet kon studeren binnen de diplomatermijn. De medisch adviseur van verweerder concludeerde op basis van de door eiser verstrekte informatie dat de lichamelijke klachten tijdelijk waren en vanaf 2009 geen belemmering vormden. Psychische klachten in 2013-2016 werden niet voldoende onderbouwd als studiebelemmerend.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht op het advies van de medisch adviseur mocht afgaan. De aanvullende door eiser overgelegde stukken konden het oordeel niet ondermijnen. Omdat eiser niet voldeed aan de bewijsvereisten van artikel 5.16 Wsf 2000, werd het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek tot verlenging van de diplomatermijn studiefinanciering wordt ongegrond verklaard.