ECLI:NL:CRVB:2017:4015
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzoek nieuwe aanspraak studiefinanciering wegens psychische problemen
Appellant, ingeschreven voor verschillende opleidingen, verzocht om een nieuwe aanspraak op studiefinanciering wegens psychische problemen die hem dwongen te stoppen met zijn studie Geschiedenis. De minister wees dit verzoek af vanwege het ontbreken van een ondersteunende verklaring van de onderwijsinstelling waar appellant laatstelijk stond ingeschreven en een inhoudelijke medische verklaring.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat niet was voldaan aan de voorwaarden van artikel 5.16, vierde lid, van de Wet studiefinanciering 2000 (Wsf 2000). Appellant stelde in hoger beroep dat wel aan de voorwaarden was voldaan en overhandigde medische verklaringen ter onderbouwing.
De Raad stelde vast dat de minister terecht op de adviezen van zijn medisch adviseur mocht afgaan, die concludeerde dat appellant niet medisch was beperkt in zijn vermogen om zijn studie voort te zetten. Het rapport van de neuroloog in opleiding bracht geen twijfel aan de juistheid van deze conclusies. De Raad bevestigde dat niet was voldaan aan de vereiste medische verklaring en dat het ontbreken van een verklaring van de onderwijsinstelling niet verder hoefde te worden besproken.
De Raad voegde toe dat de bezwaren tegen het besluit op basis van artikel 11.5 Wsf 2000 en artikel 8 EVRM Pro niet slaagden en dat het beroep op artikel 3:4 Awb Pro niet opging omdat geen discretionaire bevoegdheid aan de orde was. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd dat appellant geen nieuwe aanspraak op studiefinanciering krijgt.