ECLI:NL:RBNHO:2021:4409
Rechtbank Noord-Holland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen griffierechtheffing bij vordering buitengerechtelijke kosten
Verzoekster kwam in verzet tegen de beslissing van de griffier om een griffierecht van € 952,00 te heffen naar aanleiding van een dagvaarding waarin buitengerechtelijke kosten van € 925,00 werden gevorderd.
De rechtbank overwoog dat het griffierecht wordt bepaald aan de hand van het financiële belang van de zaak. Hoewel verzoekster stelde dat de vordering buitengerechtelijke kosten een ondergeschikte nevenvordering is en niet het financiële belang bepaalt, oordeelde de rechtbank dat deze vordering wel degelijk een vordering met een beloop van een bepaald bedrag vormt.
De rechtbank wees op de wettelijke bepalingen in de Wgbz en de jurisprudentie dat ook nevenvorderingen meetellen voor de bepaling van het griffierecht. Daarom was de griffierechtheffing terecht en werd het verzet ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het verzet tegen de griffierechtheffing van € 952,00 wordt ongegrond verklaard.