ECLI:NL:RBNHO:2021:4476
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding wegens vermeende termijnoverschrijding zorgmachtiging Wvggz
Verzoeker heeft een schadevergoeding van €2.700,-- gevorderd wegens het te laat indienen van een verzoek tot verlenging van een zorgmachtiging onder de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Hij stelde dat de officier van justitie de wettelijke termijn van vier weken voor het indienen van een aansluitend verzoek niet had gerespecteerd, waardoor hij onvrijwillig langer in de kliniek verbleef zonder geldige machtiging.
De officier van justitie erkende de overschrijding van zevenentwintig dagen, maar betwistte de hoogte van de schadevergoeding en stelde dat het verblijf na afloop van de machtiging vrijwillig was. De geneesheer-directeur verklaarde dat aanvankelijk werd uitgegaan van vrijwillige zorg en dat pas op 1 maart 2021 werd besloten een nieuwe zorgmachtiging aan te vragen, niet een aansluitende.
De rechtbank oordeelde dat het verzoek van 10 maart 2021 een nieuw verzoek tot zorgmachtiging betrof en geen aansluitend verzoek, waardoor geen sprake was van een wettelijke termijnoverschrijding. Het verblijf van verzoeker tussen 15 en 24 maart 2021 was vrijwillig, zoals bevestigd door de geneesheer-directeur en de communicatie met verzoeker en zijn advocaat. Daarom werd het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om schadevergoeding wegens vermeende termijnoverschrijding bij zorgmachtiging wordt afgewezen.