Eiser heeft meerdere Wob-verzoeken ingediend bij de korpschef van politie, die deze verzoeken afwees en het bezwaar tegen deze afwijzing niet-ontvankelijk verklaarde wegens vermeend misbruik van recht. De rechtbank beoordeelde dit standpunt en concludeerde dat er geen zwaarwichtige gronden zijn voor misbruik van recht. Het enkele feit dat eiser meerdere verzoeken indiende en zijn ongenoegen wilde uiten, vormt geen kwade trouw.
De rechtbank benadrukt dat het indienen van Wob-verzoeken met het oog op een andere procedure niet per definitie misbruik is, tenzij bijzondere omstandigheden aanwezig zijn. Ook de vermeende overbelasting van de politieorganisatie door eiser kon niet worden aangetoond. De rechtbank vernietigt daarom het besluit tot niet-ontvankelijkverklaring en draagt de korpschef op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen.
Daarnaast verklaart de rechtbank het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit op bezwaar niet-ontvankelijk omdat inmiddels een besluit is genomen. Verweerder moet het betaalde griffierecht aan eiser vergoeden, maar er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Rechtbank Noord-Holland op 28 april 2021.