ECLI:NL:RVS:2017:1198
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- A.B.M. Hent
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank wegens ten onrechte niet-ontvankelijk verklaring Wob-verzoek
In deze zaak heeft appellant 56 verzoeken om informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) ingediend bij de Belastingdienst. De Belastingdienst wees vanaf het 17e verzoek zonder inhoudelijke beoordeling af wegens vermeend misbruik van recht. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze besluiten niet-ontvankelijk wegens misbruik van recht.
Appellant stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte het doel van zijn Wob-verzoeken onderzocht en dat het oordeel over misbruik onjuist was. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat hoewel geen belang hoeft te worden gesteld bij een Wob-verzoek, het doel van het verzoek relevant kan zijn bij de beoordeling van misbruik van recht. Appellant had de informatie nodig voor een lopende strafprocedure, waarvoor hij hoger beroep had ingesteld.
De Afdeling concludeerde dat het niet onredelijk was dat appellant zich tot de Belastingdienst wendde met zijn verzoeken en dat noch het aantal noch de aard van de verzoeken voldoende grond boden voor een oordeel van misbruik. De rechtbank had het beroep ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het besluit van 9 oktober 2014 vernietigd. De Belastingdienst moet opnieuw op de bezwaren beslissen en het betaalde griffierecht aan appellant vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 9 oktober 2014 wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd.